De Groote Oorlog zoals u hem nog nooit bekeken had

“De Groote Klassenoorlog 1914-1918” van Jacques R. Pauwels is verschenen bij uitgeverij EPO. Het boek verwijst alle theorieën over de-oorlog-die-niemand-wilde of de-oorlog-door-het-schot-van-Princip die we dezer dagen door de strot geramd krijgen, naar waar ze thuishoren: in de rayon van de sprookjes. Een exclusieve voorpublicatie van het hoofdstuk “Nationalisme en ‘sociaal imperialisme’”. 

 

Als tegengif tegen het socialistische internationalisme stimuleert de elite het nationalisme. Het ‘sociaal imperialisme’ à la Cecil Rhodes dient tezelfdertijd als veiligheidsklep waarmee in eigen land sociale druk kan worden afgelaten. De proletariërs kunnen namelijk in de kolonies aan het werk gesteld worden als beambten, soldaten en missionarissen. Bovendien brengt het imperialisme zoveel op, bijvoorbeeld grondstoffen en spotgoedkope werkkrachten, dat de elite de arbeiders in Europa zelf beter kan vergoeden…

Het was voor burgerij en adel bijzonder angstaanjagend dat de socialistische beweging zich op internationaal vlak organiseerde. De ‘proletariërs aller landen’ waren zich aan het verenigen, zoals Marx hen had aangemaand. Marx zelf was in 1864 een van de stichters en leiders geweest van het eerste experiment in die zin: de Internationale Arbeidersvereniging, beter bekend als de Eerste Internationale. Maar die was in 1876 aan interne twisten ten onder gegaan. In 1889 – niet toevallig op 14 juli, de honderdste verjaardag van de bestorming van de Bastille – werd in Parijs de Tweede Internationale opgericht, dit keer als een vereniging van de grote socialistische partijen die ondertussen in bijna elk land waren ontstaan. Niet toevallig heette hun gemeenschappelijke strijdlied ‘De Internationale’. De communard Eugène Pottier schreef het lied en Pierre De Geyter zette het op muziek.

Alsof de gedachte van een revolutie in één land nog niet onrustwekkend genoeg was, kwelde nu ook het schrikbeeld van een internationale revolutie de elite. Ze vreesde een revolutionaire tsunami die alle landen zou overspoelen. Eendracht maakt macht: internationale socialistische eendracht betekende grotere socialistische macht. Om die macht te neutraliseren was een vorm van de aloude strategie van ‘verdeel en heers’ vereist. Daarom opteerde de elite voor het nationalisme. Die beweging had zich reeds in de context van de Franse Revolutie, de romantiek en de opkomst van de nationale economieën ontplooid. Met nationalisme, liefst in zijn extreme vorm, kon de internationale solidariteit van de socialisten ondermijnd en het internationale proletariaat verdeeld worden. ‘Het nationalisme’, schreef Sovjet-historicus P.J. Rachschmir in de vroege jaren 1980, ‘werd beschouwd als een tegengif tegen het proletarische internationalisme.’ Door de aandacht op een buitenlandse vijand te richten, leidde men de binnenlandse vijandelijke klasse, die het socialisme voor zich probeerde te winnen, af. Desnoods kon via een oorlog tegen een buitenlandse vijand een klassenoorlog in eigen land worden vermeden. Van de oorlog die in 1914 zou uitbreken, zou de elite inderdaad dergelijke verwachtingen koesteren.

Source: www.solidair.org

See on Scoop.itMijn gazet

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s