Het recht op luiheid

In de boezem van de commissie voor het lager onderwijs van 1849 zei de heer Thiers: “Ik wil de invloed van de geestelijkheid almachtig maken, omdat ik op haar reken om deze goede filosofie te verbreiden die de mens leert dat hij hier op aarde is om te lijden en niet die andere filosofie die integendeel tot de mens zegt: geniet.” De heer Thiers omschreef aldus de moraal van de burgerlijke klasse, waarvan hij het wrede egoïsme en het bekrompen verstand belichaamde. 

Toen de bourgeoisie streed tegen de adel die ondersteund werd door de geestelijkheid kwam zij openlijk op voor het vrije onderzoek en het atheïsme, maar nadat zij had overwonnen veranderde zij van toon en gedrag. Thans beoogt zij haar economische en politieke opperheerschappij met de godsdienst te schragen. In de vijftiende en zestiende eeuw had zij blijmoedig de heidense traditie hervat en verheerlijkte zij het vlees en zijn hartstochten die door het christendom werden afgewezen; in onze dagen, nu zij overvol is van goederen en vreugden, verloochent zij het onderricht van haar eigen denkers, mannen zoals Rabelais en Diderot, en predikt zij aan de loondienaren de onthouding. De kapitalistische moraal, een deerniswekkende parodie op de christelijke zedenleer, treft met haar banvloek het lijf van de arbeider, zij stelt zich als ideaal de voortbrenger te doen berusten in het uiterste minimum aan behoeften, zijn vreugden en hartstochten te doden en hem te veroordelen tot de rol van een machine die zonder rust of genade arbeid levert. 

De revolutionaire socialisten moeten de strijd hervatten die de filosofen en pamflettisten van de bourgeoisie gestreden hebben, zij moeten ten aanval trekken tegen de moraal en de sociale theorieën van het kapitalisme, zij behoren in de hoofden van de klasse die tot de daad wordt opgeroepen de vooroordelen te slopen die door de heersende klasse daarin zijn gezaaid, zij moeten in het gezicht van de huichelaars van elke moraal verkondigen dat de aarde zal ophouden het tranendal te zijn van de arbeider, dat in de communistische maatschappij van de toekomst die we ‘vreedzaam indien mogelijk, en anders met geweld’ zullen vestigen aan de menselijke hartstochten de vrije teugel gelaten zal worden, want “alle zijn zij van nature goed, we hebben niets te vermijden dan hun verkeerde aanwending en hun buitensporigheden” en die zullen slechts worden vermeden door hun onderlinge opheffing door de harmonische ontwikkeling van het menselijk organisme, want, aldus doctor Beddoe, “slechts wanneer een ras zijn maximum aan fysieke ontwikkeling bereikt stijgt het tot zijn hoogtepunt van geestkracht en zedelijk vermogen”. Dit was ook de mening van de grote natuurkundige Charles Darwin.  

Onze moralisten zijn bescheiden mensen: hoewel zij het dogma van de Arbeid hebben uitgevonden twijfelen zij aan de doeltreffendheid daarvan om hun ziel tot rust te brengen, hun geest op te vrolijken en het goed functioneren te behoeden van de nieren en andere organen; zij willen er de proef mee nemen op het volk, in ‘anima vili’ , alvorens dit dogma tegen de kapitalisten te keren, wier ondeugden zij tot taak hebben te verontschuldigen en te wettigen.

Maar, gij wijsgeren van dertien in het dozijn, waarom u de hersenen te pijnigen om een moraal uit te broeden waarvan u de toepassing niet durft aan te bevelen aan uw meesters? Uw dogma van de Arbeid, waar gij zo prat op gaat, wilt gij dat gehoond en gesmaad zien? Laten we dan de geschiedenis opslaan van de antieke volkeren en de geschriften van hun wijsgeren en wetgevers.

De vader van de geschiedschrijving, Herodotus, zegt: “Ik zou niet kunnen bevestigen of de Grieken de verachting die zij voor de arbeid hebben van de Egyptenaren hebben gekregen omdat ik dezelfde minachting aantref onder de Thraciërs, de Scythen, de Perzen, de Lydiërs. In één woord: omdat bij de meeste Barbaren degenen die mechanische vakken leren en zelfs hun kinderen beschouwd worden als de laagsten der burgers… Alle Grieken zijn in deze beginselen opgevoed, in het bijzonder de Lacedemoniërs” ].

“In Athene waren burgers waarachtige edelen als zij zich slechts behoefden bezig te houden met de verdediging en het beheer van de gemeenschap, zoals de wilde krijgers van wie zij afstamden. Aangezien zij dus vrij moesten zijn om te beschikken over al hun tijd teneinde te waken over de belangen van het Gemenebest met hun geestelijke en lichamelijke kracht — belastten zij de slaven met alle arbeid. Evenals in Lacedemonië mochten zelfs de vrouwen niet spinnen of weven om geen afbreuk te doen aan haar adel”.

De Romeinen kenden slechts twee edele en vrije beroepen: de landbouw en de wapenen. Alle Romeinse burgers leefden rechtens op kosten van de Schatkist, zonder gedwongen te kunnen worden om in hun onderhoud te voorzien door een van de ‘sordidae artes’ (zo kenmerkten zij de ambachten), die rechtens bij de slaven pasten. Brutus de Oude beschuldigde — om het volk tot opstand te brengen — de tiran Tarquinius vooral ervan handwerkslieden en metselaars te hebben gemaakt van vrije staatsburgers [39].

De oude wijsgeren twistten over de oorsprong van de ideeën, maar zij waren het eens als het ging om de afschuw van de arbeid. “De natuur”, zegt Plato in zijn sociale utopie, in zijn modelrepubliek, “de natuur heeft geen schoenmaker of smid gemaakt, dergelijke bezigheden vernederen de lieden die zulke beroepen uitoefenen tot gemene loondienaren, naamloze ellendigen die reeds door hun positie zijn uitgesloten van politieke rechten. Wat de kooplieden aangaat, die gewend zijn te liegen en te bedriegen, men zal hen in de vrije steden slechts dulden als een noodzakelijk kwaad. De staatsburger die zich zal hebben verlaagd tot winkelnering zal voor dit misdrijf worden vervolgd. Als hij schuldig verklaard is zal hij veroordeeld worden tot een jaar gevangenisstraf. De straf zal worden verdubbeld bij elke herhaling van het misdrijf”.

In zijn Staathuishoudkunde schrijft Xenophon: “De lieden die zich overleveren aan de handenarbeid worden nooit tot waardigheden verheven en daarin heeft men wel gelijk. De meesten — veroordeeld om de hele dag te zitten, sommigen zelfs bloot gesteld aan een aanhoudend vuur — kunnen niet anders dan een verzwakt lichaam hebben en het is wel moeilijk te voorkomen dat de geest daaronder lijdt…”

“Wat kan er voor eerbiedwaardigs komen uit een winkel?” zo geeft Cicero te kennen. “Alles wat handel heet is een fatsoenlijk mens onwaardig… omdat de kooplieden geen winst kunnen maken zonder te liegen; en wat is er schandelijker dan de leugen! Dus men moet als iets laags en gemeens het beroep beschouwen van degenen die hun inspanning en vaardigheid verkopen, want iedereen die zijn arbeid voor geld verkoopt, verkoopt zichzelf en plaatst zich in de rij der slaven”.

Proletariërs, afgestompt door het dogma van de Arbeid, verstaat gij de taal van die wijsgeren die men met angstvallige zorg voor u verbergt? ‘Een staatsburger die zijn arbeid geeft voor geld verlaagt zich tot de rang der slaven, hij begaat een misdaad waarop jaren gevangenisstraf staat’.

De christelijke huichelarij en het kapitalistische profijtbeginsel hadden deze wijsgeren uit de republieken der Oudheden niet verdorven. Omdat ze zich uitspraken tegenover vrije mannen uitten zij ongekunsteld hun gedachten. Plato en Aristoteles, die reuzendenkers, tot wier enkels onze Cousin’s, Caro’s, Simon’s slechts kunnen reiken, door op hun tenen te gaan staan, wilden dat de staatsburgers van hun ideale republieken in de grootste vrijheid zouden leven want — zo voegde Xenophon er aan toe — “de arbeid ontneemt ons alle tijd en aldus heeft men geen vrije tijd voor het gemenebest en zijn vrienden”. Volgens Plutarchus was de hoofdoorzaak waarom Lycurgus, ‘de wijste der mensen’, aanspraak mocht maken op de bewondering van het nageslacht, dat hij aan de burgers der Republiek veel vrije tijd had toegestaan door hun te verbieden enig vak uit te oefenen .

Maar, zo antwoorden de Bastiat’s, de Dupanloup’s, de Beaulieu’s en co van de christelijke en kapitalistische moraal, deze denkers, deze wijsgeren verheerlijkten de slavernij. Dat is volkomen juist; maar kon het anders, gezien de economische en politieke omstandigheden van hun tijd? De oorlog was de normale toestand waarin de maatschappijen der Oudheid verkeerden. De vrije mens moest zijn tijd wijden aan het beraadslagen over de staatszaken en het waken over de verdediging. De ambachten waren toen te primitief en te weinig ontwikkeld opdat degenen die ze beoefenden ook het beroep van soldaat en staatsburger konden uitoefenen. Opdat de wijsgeren en de wetgevers konden beschikken over krijgslieden en staatsburgers moesten zij in hun heldhaftige republieken de slaven dulden.

Maar hemelen de moralisten en economen van het kapitalisme de loondienst niet op, deze moderne slavernij? En aan welke mensen verschaft de kapitalistische slavernij vrije tijd? Aan de Rothschild’s, de Schneider’s, aan een mevrouw Boucicaut, nutteloze en schadelijke lieden, slaven van hun ondeugden en van hun lakeien .

Men heeft minachtend geschreven: “Het vooroordeel der slavernij beheerste de geest van Pythagoras en Aristoteles”. En toch voorzag Aristoteles dat “als elk werktuig zonder daartoe te zijn aangezet (of wel uit zichzelf) zijn geëigende taak kon vervullen, zoals de meesterwerken van Dedalus uit zichzelf bewogen, of zoals de drievoeten van Vulcanus zich spontaan aan hun heilige taak zetten — als bijvoorbeeld de spoelen der wevers uit zichzelf gingen weven… dan zou de patroon van de werkplaats geen hulpkrachten meer nodig hebben, noch de meester slaven”.

De droom van Aristoteles is onze werkelijkheid. Onze machines met hun adem van vuur, hun onvermoeibare ledematen van staal, hun wonderdadige, onuitputtelijke vruchtbaarheid, volbrengen gedwee en uit zich zelf hun heilige arbeid. En toch blijft het vernuft van de grote filosofen van het kapitalisme beheerst door het vooroordeel van de loonarbeid, de ergste vorm van slavernij. Zij begrijpen nog niet dat de machine de verlosser is der mensheid, de God die de mens zal loskopen van de ‘sordidae artes’ en van de loonarbeid, de God die hem ledige uren zal schenken en de vrijheid.

Source: www.marxists.org

See on Scoop.itMijn gazet

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s