De kortere werkweek: werken om te leven in plaats van leven om te werken

Tijdseisen staan al lang centraal in de sociale strijd. De eerste sociale wetten in ons land gingen over de beperking van de arbeidsduur (voor kinderen) en na een decennialange strijd werd in 1921 de achturenwerkdag ingevoerd. Op die manier realiseerde men het aloude ideaal van acht uur werken, acht uur ontspanning en acht uur slapen. 

 

In België daalde de gemiddelde (individuele) arbeidsduur tot het midden van de jaren 70 sterk. In de jaren 80 kwam die trend echter tot stilstand. In sommige landen – vooral de Angelsaksische – neemt de arbeidsduur op individueel niveau zelfs toe. Op zich is dat enigszins verbazend. Eén van de meest toonaangevende economen van de voorbije eeuw – John Maynard Keynes – ging er immers vanuit dat we tegen 2030 slechts 15 uur per week gingen werken. Door de toenemende welvaart en productiviteit zouden we steeds meer ‘tijd voor onszelf kopen’. Wij stellen vast dat de laatste drie decennia de toegenomen productiviteit niet werd omgezet in een kortere arbeidstijd.

Recent is er echter opnieuw aandacht voor de idee van de kortere werkweek. Waarom zouden we de productiviteitswinsten niet omzetten in meer tijd voor onszelf? Kan een kortere werkweek een oplossing zijn voor de hoge werkloosheidscijfers? En hoe kan arbeidsduurvermindering een rol spelen in het streven naar gendergelijkheid?

Zoals vaak kunnen de Scandinavische landen trendzetters worden. In de Zweedse stad Göteborg loopt momenteel een proefproject rond de 30-urenwerkweek. Lokale ambtenaren moeten daar gedurende één jaar twee uur per dag minder werken – mét loonbehoud wel te verstaan. De werknemers zouden hierdoor gezonder en productiever zijn. In België werd recent de link gelegd tussen arbeidsduurverkorting en gendergelijkheid. Organisaties als Femma en het Vrouwen Overleg Komitee (VOK) stellen dat een 30-urenwerkweek iedereen beter zou toelaten om (onbetaalde) zorgtaken en werk te combineren. Uit data van Eurofound – een Europese onderzoeksinstelling gericht op de verbetering van de arbeidsomstandigheden – blijkt dat 51% van de werknemers voorstander is van een reductie van de werkweek. 30 uur wordt daarenboven door vrouwen aanzien als de ideale arbeidsduur. 

 

Hoog tijd dus om het debat rond de kortere werkweek te schetsen. Allereerst gaan we in op enkele centrale elementen in het debat over arbeidsduurverkorting. Verkorten we de arbeidsduur op individuele of op collectieve basis? En wie moet een kortere werkweek betalen: de overheid, de werknemers of de werkgevers? In het tweede deel gaan we in op de motieven achter de kortere werkweek. We stellen dat een reductie van de arbeidsduur kan bijdragen tot gelijkere genderverhoudingen, een betere gezondheid en een betere work-life balans. Indien het op een goede manier wordt ingevoerd, kan het zelfs helpen om de beschikbare jobs beter te verdelen. Vervolgens schetsen we de evolutie van de arbeidsduur ‘in the long run’, alsook doen we de logica achter arbeidsduurverkorting uit de doeken. Welke zijn de centrale trade-offs voor een kortere werkweek? Ten slotte buigen we ons over de concrete implementatie. We stellen voor om arbeidsduurverkorting stevig in te bedden in het sociaal overleg en kijken daarbij naar de Franse ervaringen. Een kleine, eenvoudige simulatie maakt daarbij duidelijk dat een reductie van de wekelijkse arbeidsduur naar 35 uur op korte termijn mogelijk is.

 

Source: poliargus.be

See on Scoop.itMijn gazet

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s