Grote Zavel

De Zavel (Frans le Sablon) is een wijk in het historische hart van Brussel, aan de rand van de 12e-eeuwse versterkingen. 

 

Zeer waarschijnlijk won men hier in het verleden zand (zavel is kleihoudend zand). In 1304 verkocht het Sint-Jansgasthuis dit terrein aan de gilde van dekruisboogschutters die hier een kerk bouwden. Voorheen had de plaats gediend om de doden van het hospitaal te begraven. De Onze-Lieve-Vrouw-ter-Zavelkerk valt op door haar 14 m hoge glasramen; de middelen om een toren te bouwen ontbraken. 

 

De Zavel was ooit een grote verlaten vlakte, afgewisseld met waterrijke gebieden, graslanden en zand. Er leefde een kluizenaar en het Sint-Jansgasthuis begroef er in de dertiende eeuw de doden voor wie op de eigen kleine begraafplaats geen plaats overbleef. De bouw van de Onze-Lieve-Vrouwekapel in 1304 door de schutters was het sein voor de omvorming van deze woestenij. Er trokken vromen en pelgrims heen om een wonderbaarlijk beeldje te vereren, door een vrouw in 1348 uit een kerk in Antwerpen ontvreemd en naar Brussel gebracht. Huizen stonden opgesteld in de onmiddellijke nabijheid van de kapel en rond de poel in het midden van de Grote Zavel. 

In de vijftiende eeuw werd de wijk aanzienlijk uitgebreid. De Onze-Lieve-Vrouwekapel werd in een fraaie stijl opnieuw opgebouwd. In 1470 gaf hertog Karel de Stoute de Rekenkamer de opdracht een straat aan te leggen tussen zijn Paleis op de Koudenberg en de kerk. Bij de doop van prinses Maria volgde de stoet in 1505 niet langer het aloude traject naar deSint-Goedelekerk, maar die naar de Onze-Lieve-Vrouw-ter-Zavel. Margaretha van Oostenrijk beoefende er haar devotionele bezigheden. In 1530 riep zij de grote julioptocht in ‘t leven. Deze blijken van vorstelijke gunst stonden garant voor de blijvende voorspoed van de Zavelwijk en de eraan grenzende Wolweide (de huidige Wolstraat), die zich uitstrekte tot aan de helling van de Galgenberg, waar veel later het huidige Paleis van Justitie werd opgetrokken. 

In de zestiende eeuw vestigden zich enkele der meest vooraanstaande edellieden bovenaan de Zavel en in de Wolstraat: de Egmonts,  Culemborgs, Brederodes en Mansfelds. De Lannoys, De Lalaing, Thurn und Taxis, en de Solres volgden hen na, zodat de Zavelwijk in de zeventiende eeuw tot de meest aristocratische en welvarendste van de stad was uitgegroeid. Feesten en optochten volgden elkaar op. Isabella van Spanje schoot er in 1615 de hoofdvogel en werd zo koningin van hetgilde van de kruisboogschutters. Aartshertog Leopold Willem van Oostenrijk werd er toegejuicht en op zijn beurt uitgeroepen tot schutterskoning. Diens hofschilder, David Teniers de Jonge, schilderde naar aanleiding van deze gedenkwaardige gebeurtenis in 1652 een van zijn beste werken. Antoon Sallaert schilderde de kleurrijke optochten die rond het gebedshuisplaatshadden, terwijl een onbekende graficus zes prenten etste ter herdenking van de belangrijke feesten naar aanleiding van de inname van Boeda, die de prins van Thurn und Taxis in 1686 in zijn stadspaleis aan de Zavel had gehouden.

De meeste van deze fraaie huizen zijn verdwenen. Het Hôtel Thurn und Taxis bestaat niet meer. Dat van de Bournonville geraakte opgedeeld. Ook de ruime woningen aan de Grote Zavel werden opgedeeld, omgebouwd of verminkt. Het paleis van Arenberg of Egmont, op de top van de Kleine Zavel, en een aantal hôtels in de Wolstraat, zijn de laatste getuigen van de pracht en praal van weleer. 

Terwijl de adel van de Spaanse Nederlanden de omgeving van de Zavelkerk opzocht, bouwden de lagere standen hun bescheiden woningen naast de kerk zelf, in de richting van de Kleine Zavel en de Bodenbroek. Op dezelfde kant stond de Reusenschuere, waar de reuzen van de Ommegang na elke optocht werden opgeborgen. In de buurt van het portaal had een kluizenaarswoning gestaan, ooit in de Zavelvlakte opgericht door een eenling. In 1605 kreeg Margaretha Gramaye,  zus van de geschiedkundige, de toestemming op de begraafplaats, naar het zuiden, weer een kluis te bouwen, teneinde “een venster te hebben dat op de kerk uitkijkt en de devotie vergemakkelijkt.” Twee andere kluizenaars sloten zich bij haar aan. Alle drie leefden ze van aalmoezen. Toen de laatste heremiet van deze stichting in 1756 overleed, liet de aartsbisschop niemand meer toe. De Magistraat liet vervolgens de oude kluizenaarswoning afbreken.

De aanleg van de Regentschapsstraat, eerst van het Koningsplein tot aan de kerk in 1827 en dan van de kerk naar het Paleis van Justitie in 1872, veranderde het uiterlijk van de Kleine Zavel en resulteerde in de verdwijning van de huizen die de rechterzijbeuk van de kerk aan het gezicht onttrokken. Het grote portaal werd in 1878 vrijgemaakt. 

 

 

 

 

Sourced through Scoop.it from: www.panoramio.com

See on Scoop.itDiscover Brussels – Brussel ontdekken – Découvrez Bruxelles

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s