“De utopie houdt op wanneer we er niet meer in geloven… of wanneer het vermorzeld wordt door het systeem.”, Juan Manuel Sánchez Gordillo, burgemeester van Marinaleda (Andalusië, Spanje)

“Werkloosheid, bestaansonzekerheid en armoede vieren hoogtij. Stress en burn out swingen de pan uit.” TINA is hierop het antwoord: er is geen alternatief voor bezuinigingen, besparingen, sociale afbraak, langer werken, … Althans zo beweren regeringen, politici en pers. TINA overheerst het mainstream denken.

Stephen Bouquin laat zien dat het anders kan: “Helemaal Anders”. Een universiteitsprofessor – en woordvoerder van Rood!, beweging voor democratie en ecosocialisme – legt in bevattelijke taal uit dat er een alternatief is.

In 3 delen beschrijft hij hoe ons constant voorgelogen wordt dat de gewone man en vrouw aan de basis liggen van wat fout loopt. De basis voor die leugen is een politieke ideologie. In het laatste deel heeft hij het over het verzet tegen die dominerende eenheidsideologie en biedt hij een alternatief aan.

Het eerste deel doorprikt de leugen: “We leven boven onze stand”. Goed gedocumenteerd illustreert hij dat terwijl de overheid – en bijgevolg de gemeenschap – verarmt, een kleine elitaire bovenlaag steeds rijker wordt. De 1%, weet je wel. Het antwoord vandaag is de staat verder ontvetten: “een kleinere maar efficiëntere staat”, horen we meestal. In de praktijk zien we dat de overheid zichzelf de das omdoet door steeds minder belastingsinkomsten te genereren. Onze regeringen klagen dat er maar liefst 30 miljard euro minder belastingsontvangsten zijn. Tegelijk wordt in ons land voor om en bij de 85 miljard euro gefraudeerd.

Wat is het antwoord hierop? Neen, niet de fraude aanpakken. Besparen is de weg. Minder uitgaven dus. Een taxshift noemen ze dat. Maar wie snoeit langs de uitgavenkant – minder en lagere uitkeringen, minder ambtenaren, etc… – zorgt er tegelijk voor dat er minder geld in de economie terechtkomt. En dat zorgt dan weer voor lagere (belastings)inkomsten. En zo wordt de cirkel gesloten. De oplossing voor de staatstekorten is lenen. Bij wie? Dat antwoord ken je zelf ook.

En dan is er nog die hoge loonkost. Wij zijn te duur en daardoor zijn de bedrijven niet meer concurrentieel. Ik schrijf ‘de’ en niet ‘onze’. De loonkost moet dalen. Er wordt ons wijsgemaakt dat de ‘lasten’ op de lonen zullen dalen. Niet de lonen. Lasten op lonen, wat zijn dat dan? Ons loon bestaat uit het brutoloon en de zogenaamde patronale bijdrage Maar ook dat maakt integraal deel uit van ons loon. Korten op die patronale bijdrage, betekent gewoon een loonsverlaging. En dat is wat Michel I ons met zijn taxshift lapt. Vervolgens vertelt zowel Van Overtveldt, als de hele patronale kliek, doodleuk dat het helemaal niet zeker is zo’n loonsverlaging jobs zal opleveren…

Een deel van ons loon en die zogenaamde patronale bijdrage is het deel dat we in een gemeenschappelijke pot steken, om ons te begoeden van armoede in geval van ziekte, invaliditeit of om voor te bereiden op ons pensioen. Het wordt ons verkocht alsof dat loon ons afgepakt wordt: solidariteit moet kapot. Dat daardoor de pensioenen of de ziekteverzekering inderdaad onbetaalbaar worden is maar zo. Het credo is “ieder voor zich en oorlog van allen tegen allen”.

Vervolgens gaat het over de heersende neoliberale ideologie. Net zoals het Keynesiaanse model wilde het neoliberalisme een antwoord bieden op de crisis van 1929. De invalshoek was vooral anticollectivistisch. Dat is niet hetzelfde als antistaat of lassez faire. Het neoliberale model vraagt een institutioneel kader met wetten die de markt ordenen, uiteraard in functie van de economie. De staat moet een flankerende regierol spelen en mag nooit interveniëren, i.t.t. de school van Keynes of de marktcorrigerende sociaaldemocratie. “Regierol”, een begrip dat vandaag meer en meer gebruikt worden bij overheden.

Het neoliberale model vraagt sterke regeringen, die liefst niet onderhevig zijn aan de wil van het volk. De democratie moet zich beperken tot verkiezingen, eens om de zoveel jaar. Ook het aantal politieke partijen wordt best aan banden gelegd. “Kiesdrempels”, we kennen ze wel. Partijen mogen elkaar beconcurreren tijdens die verkiezingen, terwijl ze het liefst van allemaal onderling ideologisch niet veel verschillen. Dat dit apathie bij de kiezer teweegbrengt of de burger laat afhaken, maak niet veel uit. De markt moet kunnen functioneren. Waartoe dat kan leiden leert de geschiedenis ons wel.

Na de tweede wereldoorlog was er een interventionistisch intermezzo. In de jaren zeventig kwam er een einde aan met de komst van Reagan en Tatcher. De mens werd opnieuw herleid tot homo economicus. In Latijns-Amerika zien we er vandaag nog de gevolgen van. In Europa volgt men blindelings die weg. Sociale bescherming wordt verder afgebouwd want het is een verkwisting van middelen en een scheeftrekking van de markt. Alles staat in dienst van de markt: water wordt geprivatiseerd, schone lucht wordt verkocht en arme boeren worden verplicht om genetisch gemanipuleerd plantgoed bij oligarchen te kopen. Roofbouw waaraan we ten onder gaan? Als de markt maar werkt. De mens moet werken tot hij neervalt. Zelfs als is er geen werk. Ongelijkheid, armoede en extreme rijkdom is het gevolg. En belastingen haal je daar waar ze het gemakkelijkst te vinden zijn: bij loontrekkenden en kleine zelfstandigen. Wie protesteert mag zich aan harde repressie verwachten. De Spanjaarden weten – 40 jaar na Franco – intussen opnieuw wat dat betekent.

Ten slotte is er het verzet. Pleinbezettingen, protestbewegingen in Latijns-Amerika, Occupy-bewegingen etc. laten zien dat we ons niet als lammeren naar de slachtbank laten leiden. Overal ter wereld staan nieuwe verzetsbewegingen op: van traditionele vakbonden, over studenten, de brede culturele wereld, landbouwers tot welzijnsorganisaties. Indignez-vous! Wij zijn de 99%! Het is genoeg geweest. We pikken de dictatuur van de 1% niet langer.

Het verzet tegen het alomvattende en vernietigende neoliberale systeem beperkt zich niet tot bezettingen of protesten. Alternatieven worden uitgeprobeerd: kleinschalige, lokale economie, coöperatieven en peer-to-peer. Van “Klein verzet” tot “De wereld redden”. Nieuwe politieke bewegingen van Latijns-Amerika tot in Europa…. Allemaal facetten van dat verzet.

Bouquin wijst erop dat politiek vooral te maken heeft met krachtsverhoudingen: die moeten omgebogen worden om verandering te krijgen. Een verandering die de mens centraal stelt en zijn lot terug in eigen handen geeft: radicale democratie, een economie in functie van het goede leven van iedereen, openbare financiën onder democratische controle, burgerschap waarbij de mens veel meer is dan alleen een homo economicus en vooral iedereen betrekken om de samenleving vorm te geven en dat niet overlaten aan een kleine elite.

Op een paar schoonheidsfoutjes na – Stephen, vraag in de toekomst gerust aan een paar mensen om het script na te lezen – heeft “Helemaal Anders” zeker zijn plaats tussen “Hoe durven ze”, “Dwarsliggers”, “De mythe van de groene economie” of “De miljonairstaks en zeven andere briljante ideeën om de samenleving te veranderen.”

Stephen Bouquin is niet beschaamd om een alternatief aan te bieden, of het nu ecosocialisme, ecohumanisme of globaal democratisch confederalisme heet. Zijn alternatief is niet af. Het is een work in progress dat een synthese moet brengen tussen democratisch socialisme en een politieke ecologie. Hoe dat er concreet zal uitzien hangt van ons af. We moeten het zelf doen en de krachtsverhoudingen ombuigen.

“Helemaal Anders”, Stephen Bouquin, Critica/Brussel, 2015, ISBN 978 90 8238 30 03, € 15,-

See on Scoop.itMijn gazet

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s