Door niet te vertrekken vanuit het grote gelijk van één overtuiging, ontstaat de ruimte om op grond van gelijkwaardigheid met elkaar om te gaan.

De grove borstel van Jogchum Vrielink en Johan Lievens 

Jogchum Vrielink en Johan Lievens schuwen de grove borstel niet in hun reactie op het recente arrest van de Raad van State over het dragen van de hoofddoek door een leerkracht op school buiten de lessen Islamgodsdienst (DM, 5 februari). Ze gaan ver in hun beschuldigingen aan het adres van het GO! en in hun standpunt ontbreekt elke nuance. En net daaraan is in dit complexe debat zoveel behoefte. 

Het recente arrest over een leerkracht wordt op één hoop gegooid met eerdere arresten over leerlingen. Het behoeft nochtans weinig uitleg dat het dragen van een levensbeschouwelijk kenteken, in casu de hoofddoek, door een leerkracht een andere betekenis heeft dan wanneer een leerling dit doet. Vanuit zijn opdracht in een openbaar ambt heeft de leerkracht een gezagsfunctie en een pedagogische opdracht. Leerlingen zijn ‘gebruikers’ van onderwijs en hebben dus een heel ander statuut. Dat onderscheid maken de onderzoekers niet eens in hun wel heel gekleurde mening. Dat het GO! het arrest aan zijn laars zou lappen of dat eerdere arresten voor elke jurist zonneklaar waren, gaat erg kort door de bocht. Daarmee getuigen de auteurs van een intellectuele oneerlijkheid die academici eigenlijk niet waardig is. 

De discussie over levensbeschouwelijke kentekens in het GO! wordt voortdurend gevoerd en gevoed vanuit zowel ervaringen in de praktijk als gesprekken met externe stakeholders. Net vanuit deze continue reflectie en genuanceerde standpuntinname, is het GO! verbaasd over dit arrest dat een aantal vragen met zich meebrengt. Vooreerst herkennen we in de uitspraak van de Raad van State onze eigen werkwijze waarin we een duidelijk onderscheid maken tussen leerkrachten levensbeschouwelijke vakken en algemene vakken wat betreft het veruiterlijken van het eigen engagement. Die redenering hebben we ook aangehouden in onze omzendbrief die stelt dat leerkrachten levensbeschouwelijke vakken binnen die specifieke lessen vanuit hun specifieke opdracht en bevoegdheid hun levensbeschouwelijk kenteken kunnen dragen. 

Tot zover niets aan de hand. Maar de Raad van State gaat een stap verder en stelt dat deze leerkrachten die kentekens ook buiten de lessen levensbeschouwing mogen dragen wanneer ze andere pedagogische taken opnemen. Het gaat dan bijvoorbeeld om toezicht houden op de speelplaats. Die beslissing is voor het GO! moeilijk te begrijpen en brengt een aantal bezorgdheden mee. 

Om te beginnen is er een eerder arrest van de Raad van State uit 2013. Daarin werd besloten dat het legitiem is leerkrachten te verbieden kentekens te dragen die de eigen overtuiging uitdrukken. Vanuit de neutraliteit van onderwijs kan die benadering verdedigbaar zijn, aldus de Raad van State, om “iedere verdenking van druk of invloed op de leerlingen waarover ze hun gezag uitoefenen te voorkomen”. Die uitspraak is voor ons moeilijk te verenigen met het meest recente arrest en lijkt er zelfs haaks op te staan. 

Ook in de praktijk zou dit wel eens voor vreemde situaties kunnen zorgen, niet op zijn minst als de neutraliteit gewaarborgd moet worden. Een leerkracht die expliciet uitdrukking mag geven aan de eigen overtuiging toont zich niet meteen neutraal om tussen te komen in een dispuut tussen leerlingen met een verschillende levensbeschouwelijke achtergrond. En de voorbeelden daarvan zijn binnen onze veranderende samenleving legio op onze scholen, een realiteit die in deze geïdeologiseerde discussies al te vaak wordt vergeten. 

Met deze beslissing wordt een onderscheid gecreëerd tussen leerkrachten op het ogenblik dat ze dezelfde opdrachten uitvoeren.  

Het recente arrest trekt een lijn tussen twee soorten leerkrachten: leerkrachten die wél kentekens mogen dragen (die van de levensbeschouwelijke vakken) en leerkrachten die dat omwille van hun ambt niet mogen (die van de andere vakken). Dat is voortaan niet alleen het geval binnen hun lessen, maar ook als ze dezelfde taken opnemen zoals bijvoorbeeld toezicht op de speelplaats. Om de redenering samen te vatten: daar mag leerkracht A wél een hoofddoek dragen, leerkracht B niet. En wat met een leerkracht die én levensbeschouwelijke vakken én andere vakken geeft? 

Het GO! onderzoekt de impact van het arrest verder. In elk geval is deze ongelijkheid voor ons niet wenselijk en kan ze veel discussies met zich meebrengen. Een sterk en gedragen pedagogisch project veronderstelt dat leerkrachten op grond van gelijkwaardigheid hun ambt kunnen uitoefenen. In dat pedagogisch project staat voor het GO! het ‘samen leren samenleven’ centraal.

 

Respect voor elkaar, betrokkenheid en een wederkerig engagement zijn de bouwstenen om in diversiteit met elkaar te leren samenleven. Daarin ligt ook het maatschappelijke belang van onze grondwettelijke opdracht om neutraal onderwijs in te richten. Op die manier kan de speelplaats ook écht een plaats zijn om in alle openheid mét elkaar te spelen. En dan hoeft de speeltijd nog niet meteen voorbij te zijn.

Sourced through Scoop.it from: www.demorgen.be

‘Respect voor elkaar, betrokkenheid en een wederkerig engagement zijn de bouwstenen om in diversiteit met elkaar te leren samenleven’ 

See on Scoop.itMijn gazet

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s