Bloemen noch kronen

Het is precies 75 jaar geleden dat Julien Lahaut van ‘la grève des 100.000’ tegen de Duitse bezetter een succes maakte. Niemand rept daar nog over, en Patrick Humblet stoort zich aan die amnesie. Dag op dag 75 jaar geleden brak in de streek van Luik een staking uit. Dat is daar niet onmiddellijk spectaculair nieuws, ware het niet dat de actie plaatshad onder de neus van de nazi’s.  

Tijdens het eerste jaar van de Duitse bezetting waren de levensomstandigheden schrijnend. Er moest zware arbeid verricht worden en de mensen hadden amper iets te eten. Op 10 mei 1941, de eerste verjaardag van de invasie, legden de metallo’s van ­Cockerill het werk neer. Ze werden gevolgd door de mijnwerkers van het Luikse bekken. Op 19 mei namen volgens een schatting van de Duitsers 60.000 arbeiders deel aan de acties. In de clandestiene pers ging dit de geschiedenis in als la grève des 100.000. 

8 procent meer loon  
Onbetwiste leider van de actie was de communist Julien Lahaut. Hij onderhandelde in Brussel met de Belgische werkgevers en met de secretaris-generaal voor Landbouw en Voedselvoorziening. Op 17 mei dreigden de Duitsers met harde maatregelen. Tussen 19 en 21 mei hervatten de arbeiders het werk.  
Lahaut kreeg het voor elkaar dat de rantsoenen werden verbeterd én dwong een loonsverhoging van 8 procent af. Faut le faire. Achteraf bleek dat Hitler zelf tussenbeide was gekomen om de sociale onrust te temperen. Elke stakingsdag kostte hem tonnen staal, dat hij nodig had voor de productie van wapens die zouden worden ingezet voor de invasie van de Sovjet-Unie. Lahaut bekocht dit alles met een deportatie via de citadel van Hoei, over het concentratiekamp van Neuengamme naar dat van Mauthausen, waar hij eind april 1945 meer dood dan levend werd bevrijd.  
Je zou verwachten dat een dergelijk heroïsch feit met de nodige luister wordt gevierd. De kans dat hoogwaardigheidsbekleders vandaag een krans neerleggen op het graf van Lahaut is evenwel klein. Daar zal de afkeer van communisten en stakingen wel iets mee te maken hebben, maar waarschijnlijk speelt vooral onverschilligheid een rol. Als er zich een calamiteit voordoet, regent het emoties. Huilende menigtes. Politici struikelen over elkaar om herdenkingsplechtigheden bij te wonen met de obligate neerlegging van kransen tussen de beertjes, de theelichtjes en de kindertekeningen. Enkele maanden later kraait er geen haan meer naar. Wie weet nog in welk jaar de brand van de Innovation plaatsvond, of in welk jaar de manifestanten werden doodgeschoten in Grâce-Berleur, of die van de mijn van Zwartberg? Er is nauwelijks nog iemand die weet waar 8 mei (V-Day) voor staat (voor de aspirant-quizzers: capitulatie van nazi-Duitsland).  
Het leven gaat door  
We bannen slecht nieuws zo snel mogelijk uit ons geheugen, noem het ellende-amnesie. Of zoals een van de eerste toeristen na de bomaanslag in Zaventem op een regionale luchthaven tegen de verzamelde pers zei: ‘Het leven gaat door, nietwaar?’ Helaas gaat voor sommigen het leven niet door en daar wordt (te) weinig aandacht aan besteed. Politici die alsnog de staking van de 100.000 willen herdenken: de gps-coördinaten van de Cimetière des Biens-Communaux in Seraing waar ‘noss’ Julien’ begraven is: +50°35’14.52”, +5°30’26.25. Een minuut stilte tijdens de volgende plenaire vergadering van de Kamer mag ook. 
Patrick Humblet in ‘De Standaard’, 10 mei 2016 – p. 40

See on Scoop.itMijn gazet

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s