Brussel, één stad ou dix-neuf communes?

Brussel, één stad of negentien gemeenten? Of zijn het er een dertigtal? BISA (het Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse) telt alvast 118 woonwijken met allemaal eigen kenmerken.

Intussen maken (voornamelijk Nederlandstalige) politieke partijen hun handelsmerk van fusie: één stad, één bestuur, un CPAS et une zone de police.

Naar aanleiding van de uitspraken van Rudi Vervoort (september 2016) over tweetalige lijsten en minder politieke mandatarissen hoorde ik politieke mandatarissen zelfs pleiten voor een sterke figuur om Brussel te leiden.

Als ik dat hoor, krijg ik koude rillingen en gaan mijn haren rechtop staan.

Brussel, wat is dat? Bruxelles, qu’est-ce comme structure?

Het is een verstedelijkt gebied, waar 1.187.000 mensen bijeen wonen en dagelijks 350.000 pendelaars hun brood komen verdienen. Tegelijk is het een regio bevolkt door duizenden expats, die werken in de vele buitenlandse instellingen: ambassades, EU, NATO, …

Dans la région, 1 enfant sur 4 vit dans une famille où il n’y a pas de revenu venant du travail. Et je ne fais pas allusion à la famille royale… Eén op drie Brusselaars leeft in armoede.

En même temps la Région Bruxelles-Capitale est la troisième région la plus riche de l’Union européenne. Cela a été rapporté par Eurostat, l’agence européenne des statistiques, qui a calculé le PIB (produit intérieur brut – bruto binnenlands product) régional par habitant pour 2014.

Le PIB régional de Bruxelles s’est élevée en 2014 à 62.900 euros par habitant. Cela équivaut à plus de 200% de la moyenne, calculée pour 276 régions européennes. Le PIB de la Région flamande par habitant est de 36.400 euros. La Région wallonne fait pire, avec 26.200 euros par habitant.

Ongeveer een derde van de Brusselaars moet zien rond te komen met een inkomen onder de armoederisicogrens. Meer dan een vijfde van de Brusselse bevolking tussen 18 en 64 jaar is afhankelijk van een vervangingsinkomen (werkloosheid en invaliditeit) of een bijstandsuitkering en een kwart van de Brusselse kinderen jonger dan 18 jaar groeit op in een huishouden zonder inkomen uit werk. Bijna vijf procent van de Brusselse bevolking tussen 18 en 64 jaar krijgt een equivalent van het leefloon en dit percentage is dubbel zo hoog bij de jongvolwassenen. Eén vijfde van de Brusselse bevolking is een niet-werkende werkzoekende en dit aandeel stijgt tot bijna een derde onder de jongeren, met grote verschillen tussen de Brusselse gemeenten. Er zijn een pak sociaal-ruimtelijke ongelijkheden.

Nulle part en Belgique, l’écart de revenu entre les différentes populations est aussi grand que, ‘à Bruxelles. L’écart entre riches et pauvres dans la région est devenu beaucoup plus larges les dix/quinze dernières années. Il n’y a pas uniquement l’inégalité régional, mais il y a aussi l’inégalité intra-communal. L’inégalité est la plus grande à Woluwe-Saint-Pierre, le plus petite à Anderlecht.

L’on ne peut pas comparer une commune à une autre. À Anderlecht le revenu est redistribué plus uniformément.

Mais pourquoi l’écart entre riches et pauvres à Bruxelles est si grand? On trouve la réponse dans la composition diversifiée de la population. Bruxelles a non seulement une forte concentration de pauvres. Il y a aussi une grand nombre de riche. Cela s’explique par une population allochtone, les des non qualifiées quittent l’école (un garçon sur six quitte l’école sans diplôme; une fille sur dix) et il y a aussi la partie la plus ancienne de la population qui se retrouve rapidement dans la pauvreté, grace à nos grandes pensions.

Les communes où les inégalités sont les plus grandes, Woluwe-Saint-Pierre et Uccle, ne sont pas les communes les plus pauvres. Cela s’explique en grande partie par des super-riches, qui attire l’inégalité de manière significative, même si le reste de la population est une classe moyenne.

Brussel is een hoofdstad én het is een hoofdstedelijk gewest.

Wanneer we over Brussel als hoofdstad spreken, moeten we ons allereerst de vraag stellen: wat bedoelen we? De stad Brussel of het hoofdstedelijk gewest?

Een hoofdstad heeft een aantal kenmerken: de woonplaats van een staatshoofd, het bestuurlijke centrum van een land, de vestigingsplaats van internationale instellingen, de vestigingsplaats van ambassades, etc… Het is dus een plek met een zekere uitstraling.

Moet het daarom één stad zijn, in de zin van één bestuurlijke eenheid, één gemeente?

Als we naar de rest van de wereld kijken zien we dat er verschillende mogelijkheden zijn. Londen en Parijs zijn hoofdstad geworden in een ver verleden. Canberra (Australië) en Washington DC zijn door hun regeringen speciaal ontworpen om hoofdstad te worden. In Duitsland en Oostenrijk is de hoofdstad een deelstaat, in Zuid-Afrika zijn er drie hoofdsteden (Pretoria, bestuurlijk; Kaapstad, wetgevend; Bloemfontein, rechterlijk), in Nederland twee (Den Haag en Amsterdam) en in Zwitserland is er eigenlijk geen hoofdstad: Bern wordt niet als dusdanig erkend door de deelstaten.

En Brussel? Brussel heeft een meervoudig bestuurlijk statuut. In de eerste plaats is het de hoofdstad van België. Uit artikel 194 van de Grondwet kunnen we afleiden dat in 1830 de grondwetgever wellicht de stad Brussel bedoelde. Nochtans zijn er tal van juridische en praktische argumenten om te stellen dat sinds de staatshervorming van 1988-1989 in de praktijk het hele territorium van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt bedoeld. Eén van deze argumenten is dat de instellingen van het Gewest de echte gesprekspartners zijn van de federale regering voor hoofdstedelijke aangelegenheden.

Daarnaast heeft Brussel ook andere hoofdstedelijke functies op te nemen. Zo is deze stad eveneens de hoofdstad van de Franse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschap. Daarnaast wordt Brussel in de volksmond ook vaak de hoofdstad van Europa genoemd. Brussel kan gemakkelijk een “superhoofdstad” worden genoemd, o.a. doordat de stad het centrum is van tal van internationale organisaties (bijvoorbeeld de NAVO). Zowel op politiek als op economisch vlak is Brussel de eerste stad van België.

Brussel neemt eveneens op cultureel vlak Brussel een sleutelpositie in. Daarenboven blijft deze stad groeien als universiteitsstad. Gezien dit meervoudig karakter van onze hoofdstad mag het niet verbazen dat het aantal actoren dat aanspraak maakt op een controlerecht of invloed wil uitoefenen op het grondgebied zeer groot is. Rekening houdend met het aantal lobbyisten en geaccrediteerde journalisten is Brussel samen met Washington de belangrijkste politieke wereldhoofdstad.

Nog iets dat we niet mogen vergeten: Brussel is de hoofdstad van het stripverhaal.

Cela nous mène à l’essence du discours: het bestuur, la gestion.

La grande critique qu’on entend: Bruxelles est compliquée. Une région, une agglomération, 19 communes, un gouvernement, 3 commissions communautaires, les 2 communautés. Et ne pas oublier: tous ces politiciens. Cela peut beaucoup plus facile et plus efficace.

Bien sûr, un chef de la direction et une administration de technocrates. Et tout ira très bien.

Op naar de dictatuur van de technocraat: steek de democratie waar de zon nooit schijnt en druk alle verzet de kop in. Opgelost.

Bruxelles, une gestion complexe.

Brussel is de spiegel van België. In den beginne was het simpel… Van 1830 tot 1970 was België een unitaire staat of eenheidsstaat. Eén koning, één regering, één parlement met twee kamers, negen provincies en Brussel (de stad – art.194 GW) als hoofdstad.

En 1962-1963, la frontière linguistique est établi. Quatre régions linguistiques sont définis: le néerlandais, le français, l’allemand et Bruxelles-Capitale bilingue (19 communes). Une préfiguration de la Belgique fédérale actuelle.

De eerste staatshervorming van 1970 legt de krijtlijnen vast van het huidige België. België bestaat voortaan uit drie cultuurgemeenschappen (de Nederlandse, de Franse en de Duitse cultuurgemeenschap) en drie gewesten (Vlaanderen, Wallonië en Brussel). In de praktijk wordt er na 1970 alleen uitvoering gegeven aan de oprichting van de cultuurgemeenschappen: culturele autonomie (taal en cultuur). De Nederlandse en de Franse Cultuurraad wordt opgericht (ook de Duitse Cultuurraad, die tot 1983 alleen adviserende bevoegdheid had).

Bruxelles est limitée à 19 communes: l’agglomération bruxelloise, met een rechtstreeks verkozen de Agglomeratieraad (83 rechtstreeks verkozen agglomeratieraadsleden in 1971, op taalgemengde lijsten. De eerste en enige rechtstreekse verkiezing van de Brusselse Agglomeratieraad vond plaats op 21 november 1971. De kartellijst van het Rassemblement bruxellois, een front van het Front Démocratique francophone (FDF) en de Franstalige liberalen van de Parti de la Liberté et du Progrès (PLP), haalde de absolute meerderheid van de zetels, zowel in de Agglomeratieraad als in het Agglomeratiecollege. Dit onverwachte resultaat hypothekeerde de communautaire vrede, die bij de opzet van de Brusselse Agglomeratie was beoogd door de creatie van onder meer de alarmbelprocedure en de taalpariteit in het Agglomeratiecollege. Het Rassemblement bruxellois had ook Nederlandstalige kandidaten met Nederlandstalige identiteitskaart op verkiesbare plaatsen op zijn lijst gezet. De verkiezing van deze zogenaamde ‘valse Vlamingen’ zette de in de Grondwet voorziene garanties voor de Nederlandstaligen op de helling.

Hoewel de Agglomeratieraad in 1971 in principe voor 6 jaar gekozen was, kwamen er door het aanslepende institutionele ‘probleem Brussel’ nooit nieuwe verkiezingen. De Brusselse Agglomeratieraad kende daardoor een sluimerend bestaan tot de oprichting van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in 1989. De agglomeratieraad bleef dus zeventien jaar bestaan met dezelfde, soms uitstervende gekozenen.

Simultanément à l’Agglomeration bruxelloise, on a également créé les commissions culturels, la néerlandaise (NCC), la française (CCF)et la Commission culturelle Unifié (qui n’a jamais fonctionné). Het zijn de voorlopers van de huidige VGC, Cocof en GGC.

De tweede staatshervorming van 1980 gaat nog een stap verder in de richting van zelfbestuur. Voor de gemeenschappen en de gewesten komen er eigen raden en executieven, behalve voor Brussel: de Vlaamse Raad; de Waalse Gewestraad en de Franse Gemeenschapsraad.

Pour Bruxelles, rien ne change: le conseil d’agglomération de 1971 reste en fonction , les commissions culturelles (NCC et CCF) continuent à travailler et la région métropolitaine est régie par un comité ministériel au sein du gouvernement national: één minister en twee staatssecretarissen.

De derde staatshervorming van 1988 en 1989 vult ook het puzzelstuk Brussel in. Dankzij de bijzondere wet van 12 januari 1989 (de Brusselwet) ziet het Brussels Hoofdstedelijk Gewest het levenslicht. De Brusselaars kiezen als eersten hun eigen deelstaatparlement op taalgesplitse lijsten en krijgen een eigen regering. De Brussels Hoofdstedelijk Parlement telt na die eerste regionale verkiezingen 75 parlementsleden, dont 64 francophones et 11 néerlandophones. Pour tous les compétences régionales ils font leur travail ensemble. Pour les compétences communautaires les 11 élu Néerlandophones sont à nouveau séparé en Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC); et les 64 francophones se réunissent en une Assemblée de la Commission communautaire française (Cocof). Pour les cas communs (en exemple, les hôpitaux bilingues publics et maisons de soins) les 75 se rassemble en Assemblée Réunie de la Commission communautaire commune (Cocom). Chaqu’une des assemblées a son propre Gouvernement ou Collège.

De vierde staatshervorming van 1993: het Sint-Michielsakkoord.

België wordt officieel een federale staat. Artikel 1 van de Grondwet wordt: «België is een federale staat, samengesteld uit de gemeenschappen en gewesten». Op 1 januari 1995 hield de unitaire provincie Brabant op te bestaan en ontstonden de provincies Vlaams-Brabant en Waals-Brabant. Brussel wordt geen aparte provincie. Voortaan viel het grondgebied van het Brussels hoofdstedelijk gewest buiten de tien Belgische provincies. En 1995,on attribue la Région, la VGC et la Cocof des compétences d’une province. En 1994, après un accord interne entre les francophones (St. Quentin), certains compétences de la Communauté française ont été transférés à la Région wallonne et à la Commission communautaire française à Bruxelles. Pour les pouvoirs transférés la Cocof a obtenu des compétences législatifs nécessaires (décrets). Par conséquent on a créé une asymétrie institutionnelle nouvelle entre la Cocof et le VGC à Bruxelles.

De vijfde staatshervorming van 2001 (het Lambermont- en Lombardakkoord)

Het Lambermontakkoord zorgt nogmaals voor een uitbreiding van de bevoegdheden van de gewesten en de gemeenschappen. Het Lambermontakkoord zorgt ook voor een herfinanciering van de gemeenschappen en een uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de gewesten.

Het Lombardakkoord bevat het Brusselse luik van de vijfde staatshervorming. Zo komt er een betere vertegenwoordiging van de Nederlandstaligen in Brussel: het Brussels Hoofdstedelijk Parlement telt voortaan 89 parlementsleden. Zeventien van hen moeten gegarandeerd Nederlandstalig zijn. Cela a pour consequence qu’au niveau communal, les communes bruxelloises sont financièrement encouragés par le gouvernement fédéral pour prendre un échevin ou présidents du CPAS néerlandophone : Depuis les élections communales de 2012, les 19 communes ont élu abligatoirement et pour la première fois un échevins ou président du CPAS néerlandophone.

De Brusselse Vlamingen of Vlaamse Brusselaars zijn nu vertegenwoordigd door 17 rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordigers in het Brussels Hoofdstedelijk Parlement én door 6 rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordigers in het Vlaams Parlement.

De zesde staatshervorming van 2011 of het Vlinderakkoord. Een luik politieke vernieuwing, met onder andere de hervorming van de Senaat; een splitsing van de kieskring en van het gerechtelijk arrondissement Brussel-HalleVilvoorde en een hervorming van de Brusselse instellingen.

De overdracht van bepaalde bevoegdheden van de federale overheid naar de deelstaten, de hervorming van de financiering van gewesten en gemeenschappen. Een bijkomende financiering van alle Brusselse instellingen, niet alleen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, maar ook om taalpremies voor de gemeenten en de GGC-instellingen en een dotatie voor de VGC en de Cocof. De zesde staatshervorming heeft meer bevoegdheden voor Brussel als gewest met zich meegebracht. Het valt op te merken Opmerkelijk hierbij is dat er bevoegdheden werden overgeheveld die officieel als gemeenschapsbevoegdheden beschouwd worden. Die bevoegdheden zijn overgegeveld naar de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC). Zo zal bijvoorbeeld de kinderbijslag beheerd worden door de GGC waardoor er een eenvormig Brussels kinderbijslagsysteem komt. La sixième réforme de l’Etat est également accompagné d’une petite réforme de la Région Bruxelles Capitale. Il y a un réalignement interne des compétences entre la Région de Bruxelles-Capitale et les 19 communes. Par exemple, la région de Bruxelles-Capitale est maintenant responsable de la coordination de la sécurité (il n’y a plus de gouverneur, mais un haut fonctionnaire; mais il y a encore un vice-gouverneur); autres competences : mobilité; permis de construire pour les grands projets de construction (Heysel, Delta); zones de radiodiffusion (VRT / RTBF). Enfin, la sixième réforme de l’État a également crée Brussels Metropolitan, la communauté métropolitaine de Bruxelles, un partenariat entre la Région Bruxelles-Capitale et de toutes les communes du Brabant flamand et wallon.

Conclusie: het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt bestuurd door

  • een parlement en drie gemeenschapscommissie, met respectievelijke regeringen en Colleges
  • 19 gemeenten
  • 6 politiezones

Is dat veel, is dat ingewikkeld voor een bevolking van 1.187.000 inwoners en 350.000 pendelaars?

Even een vergelijking. De provincie Vlaams-Brabant telt 1.107.000 inwoners, heeft een provincieraad met députatie, telt 65 gemeenten én 27 politiezones. Vlaams-Brabant met nauwelijks even veel inwoners heeft 3 keer meer schepenen (322), burgemeesters (65), ocmw-voorzitters (65) en provinciale gedeputeerden (6) plus een gouverneur en een adjunct van de gouverneur ofwel 460 in het totaal. Tel daar nog eens 72 provinciale raadsleden bij, 1506 gemeenteraadsleden, een boel ocmw-raadsleden en weet-ik-veel hoeveel politieraadsleden voor die 27 politiezones.

Brussel telt misschien 166 uitvoerende mandaten, in Vlaams-Brabant zijn het 393… In Brussel lukt het met 2/3 minder politiek personeel per inwoner. Daar kijkt men niet naar: liever afgeven op de hoofdstad. La surface de Vlaams-Brabant est beaucoup plus grande: 2016,13km² contre 161,38 km². Mais gouverner se fait avec et par les gens.

Le concept politique de la Région Bruxelles-Capitale est le résultat de plusieurs réformes de l’État. Notre système fédéral s’est greffé par dessous (pas comme -par exemple- en Allemagne ou aux USA, où le fédéralisme s’est crée par la naissance du pays). Dat is belangrijk om ons land en Brussel te begrijpen.

Vooral vanuit Vlaanderen komt er heel wat kritiek op de wijze waarop Brussel bestuurd wordt. In het begin waren het vooral de rechtse partijen die pleitten voor een fusie van de gemeenten. Vandaag is het pleidooi voor een fusie een mainstream denken geworden bij de Vlaamse partijen. Zelfs Franstaligen stappen er tegenwoordig in mee. Eind september sprak minister-president Rudi Vervoort zich uit voor een vereenvoudiging van de Brusselse structuren, afschaffing van de gemeenschappelijke gemeenschapscommissie met minder parlementsleden en minder gemeenteraadsleden. Niet vergeten dat de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie het enige bestuurlijke orgaan is waar de Nederlandstalige Brusselaars – ondanks dat ze in de minderheid zijn – op gelijke voet staan met de Franstalige. En dat wil men opofferen…

Dat ruikt naar populisme en zelfs poujadisme.

Het uitgangspunt is altijd efficiënter bestuur, of nog: beter bestuur. En de graaicultuur zou er ook mee opgelost zijn. Of toch niet? 

Maar de vraag die niet gesteld wordt: hoe zit het met de machtsverhoudingen? Hoe zit het met de ideologie achter dat bestuur? Alsof een bestuur dat gedomineerd wordt door rechts hetzelfde is als een bestuur dat gedomineerd wordt door links. Si cela est le cas, nous pouvons dissoudre les partis politiques, et installer un gouvernement de technocrates et managers. L’efficacité n’est pas synonyme de qualité. Et certainement pas de démocratie. C’est de l’anti-politique, une mise en pratique du principe du TINA : There Is No Alternative.

Het voordeel van een gediversifieerd bestuur is net dat er dialoog is en dat beslissingen breed gedragen worden. Ze komen misschien niet zo gemakkelijk tot stand, maar dat is de prijs van de democratie.

De houding van het Waalse Gewest en de Federatie Wallonië-Brussel tegenover CETA (oktober 2016) is hiervan een mooi voorbeeld: een verregaand ‘vrijhandelsakkoord’, dat overheden met handen en voeten bindt aan de privésector, wordt boven de hoofden en achter de rug van de bevolking onderhandeld. Zonder breedgedragen maatschappelijk debat wil men uitzonderingsrechtbanken installeren waar multinationals nationale staten kunnen laten veroordelen als de wetgeving hen niet aanstaat, tegelijk zet men de deur wagenwijd open voor sociale dumping. Alles werd netjes bedisseld in achterkamertjes en de zg. vrije pers liet het maar passeren. Gelukkig trokken zowel het Parlement van de Federatie Wallonië-Brussel, het Parlement van het Waalse Gewest en het Parlement van de Duitstalige gemeenschap aan de alarmbel en gingen ze dwarsliggen. En dwarsliggers houden de sporen bij elkaar. 

Een visie kan op die manier niet van boven opgelegd worden. Als democraat vind ik dat goed en sta ik daar achter. TINA hebben we niet nodig: ik houd meer van TAPAS: There Are Plenty of Alternatives!

Vaak worden de gemeenten afgedaan als baroniën. 

Gemeenteraden, schepencolleges zijn discussiefora, waar verschillende meningen samen komen en oplossingen zoeken en die vaak rekening houden met de mensen uit de buurt. De lokale politici wonen immers in die buurten en ze zijn ook veel gemakkelijker te benaderen dan op het regionale niveau.

Onlangs vertelde mij iemand uit Antwerpen hoe moeilijk het is om daar een mandataris te spreken. Ook het fenomeen van de disctrictraden stelde hij in vraag: voor hem zijn dat vazallen van het stadsbestuur. En we weten wie de leider is van dat stadsbestuur in Antwerpen.

Ik sta achter de autonomie van de gemeenten. Wat niet wil zeggen dat er niet kan samengewerkt worden.

La sécurité, l’efficacité … toutes les raisons possibles – je les appelle excuses – sont utilisés pour expliquer la necessité d’une fusion des communes. Un mot que je n’entends pas dans ce contexte c’est la démocratie.

Vandaag is het politieke modewoord opnieuw fusie. Ik vertaal fusie als centralisatie. Een nog betere omschrijving is concentratie van macht. Want daar draait het allemaal om: macht concentreren in handen van een kleine, gepriviligeerde groep happy few. Als goeie anarchist én democraat krijg ik daar altijd koude rillingen en kippenvel van. Mefiéz-vous: …, boer let op uw ganzen!

En politique et économie (ou économie politique), le facteur cléf: c’est le pouvoir. Qui a le pouvoir? Qui lutte pour ce pouvoir (de préférence sans effusion de sang) et qui recherche les équilibres dans ce pouvoir?

“Wie z’n geschiedenis niet kent, is gedoemd om ze te herhalen.” (George Santayana)

Laat ons even terug gaan naar 11 juli 1302, de Gulden Sporenslag, het hedendaagse symbool van de Vlaamse Beweging.En fait, ceci était une lutte pour la liberté des communautées locales. Les villes se sont battus contre le roi de france qui voulait tout centraliser, gérer et lever des taxes élevées, et en même temps les gens s’appauvrissaient… Het allegaartje dat de Franse vorst bevocht, bestond toen niet alleen uit Vlamingen. Er streden veel Franssprekenden mee. En aan de zijde van de Franse vorst stonden duizenden Dietssprekenden. De Vlamingen, Brabanders en Limburgers trokken niet aan hetzelfde zeel. Net zoals de Luikenaars, Luxemburgers, Namurois en Henegouwers verdeeld waren.

Het was wachten op Hendrik Conscience om de Gulden Sporenslag te herleiden tot de Vlaamse strijd. “Sire, donnez-nous une histoire”, was de vraag na de Belgische onafhankelijkheid. En Hendrik Conscience werd arrondissementscommissaris, zodat hij een inkomen én voldoende tijd had om boeken te schrijven. De Koekelbergse Luikenaar of Luikse Koekelbergenaar, Eugène Simonis, mocht het ruiterstandbeeld van Godfried van Bouillon maken dat vandaag het Koningsplein siert.

Et puis au 16ème siècle: l’Ommegang en dis beaucoup . En 1549 Charles Quint et son fils Philippe on vus les Bruxellois défiler et montrer leur force a la Grand Place. C’etait une forme (très modérée) de protestation pour montrer qu’une ville (un pouvoir local) était capable de faire face au puissant empereur. La ville défendait ses droits. De strijd was al langer aan de hand: de centrale keizerlijke macht had, in pure IS-stijl, de inquisitie ingevoerd (uitgevonden in Leuven, niet in Spanje) en had de eerste kritische katholieke broeders (HendrikVoes en Jan Van Essen) op de brandstapel geplaatst op de Grote Markt. De tapijtwevers protesteerden en het woord protestantisme was geboren. Een paar jaar later werden op dezelfde plek de graven Egmont en Horne onthoofd omdat ze – ook weer zeer gematigd – verzet durfden aantekenen tegen het centrale absolutisme van Filips II.

Op diezelfde Grote Markt is nog altijd een mooi voorbeeld van die machtstrijd tussen centralisatie en particularisme te zien: het slagveld bij uitstek, vertaald in een bouwkundig gevecht tussen, aan de ene kant, het Huis van de Hertogen van Brabant – de uniforme gevel die eigenlijk zeven afzonderlijke woningen omvat, maar duidelijk laat zien dat er met één stem en in één stijl moet gesproken worden – en aan de andere kant(en), de diversiteit van de gilden en ambachten, die er op staan om zichzelf te kunnen zijn. De ene al meer verschillend dan de andere.

België was nauwelijks onafhankelijk en er brak al een strijd los om gemeenten van de Brusselse agglomeratie te fusioneren, of moeten we zeggen annexeren? Maar het liep niet altijd van een leien dakje. Koekelberg is er een voorbeeld van: het scheurde zich af van Sint-Agatha-Berchem in 1841. In diezelfde periode kwam Ganshoren los van Jette en Oudergem van Watermaal.

En waarover ging het weer? Efficiëntie, macht, centralisatie, controle…

De discussie over de fusie van Brusselse gemeenten is zo oud als België. En zelfs nog van daarvoor.

Waar ging het toen over? De economische macht uitbreiden en het kanaal Brussel-Schelde, samen met de haven op Brussels grondgebied krijgen. En natuurlijk was er ook nog de vraag van de aristocraten en rijke burgerij om Ter Kamerenbos te kunnen bereiken.

L’avenue Louise a été construite en 1847 lorsque l’idée était venue des aristocrates et riches citoyens qui avaient besoin de verdure, pour construire une large avenue entre Bruxelles (porte Louise) et le Bois de la Cambre, près de la forêt de Soignes. Lors de la construction la partie du milieu de l’avenue étais réservé aux cavaliers et attelages. Avec l’avenue Louise, la commune d’Ixelles fut relié avec le Bois de la Cambre. En 1864, l’avenue, avec une bande centrale jusqu’a la forêt de Soignes, fut affectée à la commune de Bruxelles. Depuis lors, la commune d’Ixelles a deux parties de chaque côté de l’avenue.

Voor de fusie van de stad Brussel met Laken, Haren en Neder-Over-Heembeek was het wachten tot in 1921. Veel Harenaars voelen zich vandaag meer verbonden met bijvoorbeeld Vilvoorde dan met Brussel.

Honderd jaar geleden – de eerste wereldoorlog, we zitten dit jaar precies in het midden van de herdenking – was het ook van dat. Brussels Studies publiceerde er deze zomer nog een interessante synthese nota over: “In de sporen van de Eerste wereldoorlog in Brussel.”

Op 20 augustus 1914 bezetten de Duitse keizerlijke troepen Brussel. De Duitse generaal dacht dat hij met burgemeester Adolphe Max een gesprekspartner had voor de 16 gemeenten van de Brusselse agglomeratie. Niks van: hij onderhandelde met de voorzitter van de Conferentie van Brusselse burgemeesters en moest rekening houden met zestien politiekorpsen om de terroristen van het Belgische verzet te controleren en onder de knoet te houden.

Groß Brussel was de oplossing. En Adolphe Max werd in de rol van dictator geduwd. Dat zinde hem niet en een maand later werd hij gedeporteerd.

In 1942 deden de nazi’s het opnieuw: alles efficiënt stroomlijnen om alles en iedereen gemakkelijk te kunnen controleren, beheersen en vooral… om kritiek of anders denkenden – in dat geval letterlijk – de mond te snoeren en uit de weg te ruimen. Waar het toe geleid heeft weten we, … als we naar de geschiedenis kijken.

Ik hoor de opmerking al: vergelijkingen met het verleden zijn bij het haar getrokken. Inderdaad, we leven niet in het tijdperk van de tweede wereldoorlog. Het lijkt meer op de jaren dertig…

Wat is vandaag het politieke adagium? Fusioneren, centraliseren in de naam van efficiëntie, doeltreffendheid en doelmatigheid. Het bijkomende argument sinds 22 maart 2016 is veiligheid.

Est-ce que la sécurité serait garanti et la géstion plus efficace mais surtout plus humaine en agrandissant les communes Bruxelloises, ou en fusionant en une grande ville ou en une zone de police ? J’en ai des doutes.

Wat sommigen ook mogen beweren, de terreur waarmee we geconfronteerd werden heeft een impact op ons leven. We mogen ons niet laten verlammen. Pas dan zitten we gekneld. Maar zonder enige voorzorgen te nemen verdergaan en doen alsof er niets gebeurd is, is ook niet aangewezen. Zonder kijken de straat oversteken zal ik niemand aanraden. Het is evenzeer onzin de mensen voor te houden dat die gebeurtenissen eenmalig zijn.

Maar, of één groot gecentraliseerd apparaat de oplossing is, daar heb ik vragen bij. Het is niet met de structuur te veranderen dat je alle problemen oplost.

Rechtse politici pleiten zelfs voor een permanente staat van beleg en invallen in woningen zonder huiszoekingsbevel. Zeg dus niet dat Groß Brüssel en het regime van toen. niet kan terugkeren. Le danger est plus réel que nous le pensons.

Openheid, solidariteit, empathie en alertheid hebben we nodig. Net zoals respect, kansen, welvaart, welzijn en inspraak. We moeten ons aanpassen aan de noden van de tijd. Het is hoog tijd dat we eens nadenken over de manier waarop we samenleven, over de houding die we aannemen tegenover elkaar, over de manier waarop we over elkaar denken.“Zolang ik het maar goed heb…” is niet de oplossing. Het is duidelijk dat een samenleving die alleen maar uit concurrenten bestaat, waar de ongelijkheid groter wordt, geen veilige samenleving is.

Het gaat vooral over inhoud en afspraken: hoe zullen we dat doen? En doen we dat dan ook? Hoe zorgen we ervoor dat iedereen menswaardig kan leven?

Daar hebben wij allemaal een belangrijke rol in te spelen. Daar moet iedereen zijn of haar verantwoordelijkheid in opnemen. Dat laat je niet aan anderen over. Zeker niet aan technocraten, managers of beroepspolitici.

Centraliser, décentraliser, fusioner, defusioner, efficience ou efficacité: ce ne sont pas des concepts neutres. Ze zijn niet per definitie goed. Et certainement pas quand l’on prend des décisions au-dessus des têtes des gens.

Welke boodschap hebben mensen die nauwelijks het hoofd boven water kunnen houden en de eindjes met moeite aan elkaar kunnen knopen nu aan grotere entiteiten die zogezegd goed gemanaged en efficiënt zijn? Brexit is hier een voorbeeld van.

Alles hangt af van wie de touwtjes in handen heeft en hoe strak hij of zij ze vasthoudt en op welke manier er met de mensen rekening gehouden wordt, of ze meetellen of in de kou gezet worden terwijl er niet naar hen geluisterd wordt.

Als we een samenleving willen waar we vrij, op voet van gelijkheid en solidair met elkaar willen samen leven, houden we daar best rekening mee vooraleer we blindelings meestappen achter slogans van schaalvergroting, management of efficiëntie.

George Orwell keert zich wellicht om in zijn graf wanneer hij sommigen bezig zou horen of zien: zijn 1984 was vooral een verwittiging, geen handleiding zoals sommigen blijkbaar denken.

Bronnen:

  • Brussel in het federale België”, Daniël Buyle, gastcollege Master nationale politiek, Universiteit Gent, 24maa2016, in het kader van de cursus ‘Belgisch federalisme’, Prof. Dr. Carl Devos en Prof. Dr. Nicolas Bouteca
  • Brussel. Een hoofdstad in meervoud”, Jan Degadt, Pelckmans, Kapellen, 2016
  • BISA
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s