Veertig dagen zonder…

Of zijn het er achtentwintig? Of negentien? Eigenlijk maakt het niet veel uit. 

De mens mag dan het enige wezen zijn dat rationeel kan denken, één ding is zeker: hij doet het niet zo vaak. Er zijn dingen die ongelooflijk veel sterken zijn dan rationaliteit: idolatrie, afgoderij, bijgeloof, geloof in bovennatuurlijke krachten,… Noem maar op. In een wereld die zichzelf beschaafd noemt, is het allemaal aanwezig: opium van het volk. Een fictie voortvloeiend uit de zwakheid van de mens ten opzichte van de natuur, en de onsamenhangendheid van de sociale verhoudingen. De mens heeft het blijkbaar nodig om fantastische beeltenissen te scheppen en ze een denkbeeldige realiteit mee te geven, waarvoor dan geknield en gebogen wordt. 

De acties “veertig dagen zonder…” refereren allemaal naar een religieus gebruik: vasten! Een gebruik dat we niet alleen kennen van de grote wereldgodsdiensten… Het bestaat al veel langer.

In het oude Egypte werden geen vissen gegeten als ze in de paartijd waren. Daar kan ik me nog in vinden: het gaf de natuur de tijd om te reproduceren… Het Oude Testament brengt vasten vaak in verband met een teken van rouw, blijk van oprechtheid of onderwerping aan god. Koning David zou gevast hebben toen een van zijn zoons ziek was.

En dan zijn er de wereldgodsdiensten: hindoeïsme, boeddhisme, jodendom, christendom. Allemaal kennen ze onthoudings- en vastenrituelen. De joden onthouden zich van voedsel op Jom Kippoer, de Grote Verzoendag. Bij de katholieken is er de vastentijd voor Pasen. Oorspronkelijk was de adventsperiode eveneens een tijd van vasten. En in de islam is er de Ramadan.

De modaliteiten zijn anders, het tijdstip varieert, maar de basis is altijd hetzelfde: onthouding, (zelf)reflectie, en – natuurlijk – onderwerping aan een hoger, ongedefinieerd opperwezen.

Onthouding van (te veel) voedsel en drank kan best wel eens gezond zijn. Maar volgens mij moet je dat zelf uitmaken en doe je dat best onder medisch toezicht. Groepsdruk en dergelijke zijn hier niet op zijn plaats.

Het reflectiemoment gaat vaak gepaard met naastenliefde. Opeens ziet de deelnemer aan het vasten dat er mensen zijn die weinig of niets hebben. Dan wordt er gespeeld met zijn altruïstische inborst: help die armen en deel wat je bezit. Op zich is hier niets mis mee, ware het niet dat die hulpacties zich meestal beperken tot liefdadigheid en de problemen niet duurzaam aanpakken. We kennen het wel: voedsel- en kledinginzamelacties, gaarkeukens, soepbedelingen of Warmste-week-toestanden.

Na het vasten is het geweten weer gesust en gaan we over tot de orde van de dag.

Die naastenliefde en zelfreflectie is vaak nogal relatief: tijdens de Goede Week dit jaar vond in-god-we-trust USA het nodig om de ‘moeder van alle bommen’ te gooien op Afghanistan en tijdens de Ramadan worden er soms aanslagen gepleegd in naam van het geloof.

Dat geeft dan weer aanleiding tot discussies over het ware geloof en ware gelovigen.

Maar vasten is een pijler, een bewijs van onderwerping en blind geloof in een opperwezen, dat dit gebruik op de een of andere manier – zonder dat men het ooit heeft ontmoet – zou voorgeschreven hebben. 

Nu ja, elkeen gelooft wat hij gelooft. Dat is een privé-zaak. En opium teelt en gebruikt de mens om datgene wat de mens kan – zelfstandig en rationeel denken – net niet te doen. Ook in de 21ste eeuw.

En net in die 21ste eeuw zien we een revival van dat nieuwe vasten.

Collectief wordt gebruik gemaakt van een religieus ritueel om veertig dagen geen vlees te eten, geen alcohol te gebruiken, of geen… (vul dat zelf maar in).

Mensen gebruiken groepsdruk om iets te doen wat ze anders niet zouden doen. Tegelijk maken ze zichzelf wijs dat ze daardoor zouden bijdragen aan bijvoorbeeld een duurzamere wereld. Alsof het bedrijfsleven minder dieren zou slachten tijdens die veertig dagen…

Het individu – dat dagelijks met reclame om de oren wordt geslagen en in de winkels niet naast de gevulde vleesrekken kan kijken – wordt geculpabiliseerd terwijl grote bedrijven vlees produceren en dat verkopen om zoveel mogelijk winst te maken.

Als we het vleesverbruik op een duurzame manier willen terugdringen, zullen we andere manieren moeten uitvinden en bijvoorbeeld starten langs de kant van de productie en de op winstbeluste producenten.

Maar dat is een moeilijke.

Het is gemakkelijker om eeuwenoude technieken te gebruiken, liefst gebaseerd op religie, geloof en mythische gebruiken of verhalen.

De wetenschap mag dan al verklaringen hebben voor zo goed als alles en die bewijzen voortdurend verfijnen, toch blijft het overgrote deel van de mensen zweren bij bovennatuurlijke mythen en verhalen.

Rond die mystieke verhalen worden dan liefst nog rituelen en gebruiken gecreëerd die kinderen met de paplepel meekrijgen.

En er is niet één verhaal: er bestaan er duizenden. Ze zijn dan nog allemaal de waar ook. Althans dat geloven de aanhangers ervan, want het verhaal dat zij niet aanhangen is pertinent onwaar en moet zelfs bestreden worden.

De mens is blijkbaar nog niet veel geëvolueerd in die duizenden jaren. Hij mag wel rationeel kunnen denken; hij doet het niet altijd. Of toch niet vaak…

Nog een interessante bij dat vasten is het einde ervan. Een vastenperiode eindigt over het algemeen met een feest: kerstfeest na de advent, paasfeest na de vastenperiode, suikerfeest na de Ramadan…

Daar gaat het gezondheidsargument. 

Wat kunnen we nu tegen feesten hebben?

Niets natuurlijk.

Mensen zouden meer moeten feesten.

De samenleving is geëvolueerd, de wetenschap kan meer, maar de kapitalistische economie is ons leven gaan beheersen. Tijdens de duistere middeleeuwen werkte de Europeaan een pak minder dan vandaag: de kerk schreef meer dan honderdvijftig feestdagen voor…

In België hebben we nog tien wettelijke feestdagen, waarvan een aantal gebaseerd zijn op christelijke feesten. Door die religieuze feesten om te zetten in wettelijke feestdagen zijn ze geseculariseerd.

Toch werd minder er gewerkt in een tijdperk waarin men veel minder kon produceren dan nu.

Het kapitalisme heeft er niet alleen voor gezorgd dat er massaproductie is, de technologische vooruitgang zorgde ervoor dat er meer, sneller en beter kan geproduceerd worden door minder menselijke arbeid in te zetten.

En toch huilen patroons en kapitaalbezitters dat mensen niet lang genoeg werken.

De machtsverhoudingen op dit ogenblik zorgen ervoor dat de pensioenleeftijd wordt opgetrokken, de werkweek wordt verlengd, vakantieperiodes worden ingekort…. Allemaal terwijl er een legertje van – voornamelijk jongere – werklozen uitzichtloos wacht op een fatsoenlijke baan.

Tegelijk dromen sommigen ervan om het aantal wettelijke feestdagen te verminderen. Die vrije dagen zouden nefast zijn voor de economie. Wiens economie zeggen ze er niet bij, maar het is duidelijk dat ze alles doen om de mens in dienst te stellen van die economie en zeker niet de economie in dienst van de mens. Voor die belangengroep is het spreekwoord werken om te leven achterhaald en vervangen door leven om te werken.

Toch blijven die religieuze gebruiken het bestaan van mensen domineren. Ze worden onderdelen van de identiteit genoemd. Net zoals taal, nationaliteit of cultuur is religie of godsdienst een deel van iemands identiteit.

Wat dat abstract begrip ook mag zijn… Het is blijkbaar erg belangrijk en onlosmakelijk verbonden met iemands zijn en hele persoon.

In een beschaafde samenleving moeten we hiermee rekening houden zodat elkeen in zijn bestaan en zijn identiteit zo goed mogelijk gerespecteerd wordt.

Een aantal christelijke feesten zijn geseculariseerd door ze om te zetten in wettelijke feestdagen, net zoals nationale feestdagen.

Waarom zouden ons hiertoe beperken?

Laat ons, op het moment dat de discussie over de scheiding tussen kerk en staat terug de kop op steekt, van de gelegenheid gebruik maken om een aantal feestdagen van religies, mens- en levensbeschouwingen die in ons land beleden worden, te seculariseren.

Maak van het Suikerfeest, Offerfeest, Jom Kippoer, Dag van de Mens – en welke dagen ik hier nog mag vergeten – wettelijke feestdagen. En waarom ook niet van het Chinees nieuwjaar?

Vrije tijd hebben we allemaal nodig en vrije dagen kunnen we allemaal gebruiken. Technisch is alles voorhanden om voor alleman een menswaardig bestaan te voorzien. Er moet alleen wat gesleuteld worden aan de verdeling… De mens leeft toch niet om te werken?

Op naar een extra veertig dagen zonder werken…

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s